Algemene tips bij opvoedingsvragen

Tips bij opvoedingsvragen die dagelijks voor kunnen komen.

Klik op het onderwerp naar keuze en lees de tips!

Mobiele telefoon
Internetten
Televisie kijken
Sporten
Betalen, wie?
Nog niet zindelijk
Naar het ziekenhuis
Naar de dokter
Examen doen
Grenzen stellen
Puberruzie
Bang!
Echtscheiding
Roken
Alcohol
Eten, wel of niet?
Huiswerk
Gepest worden
Omdat ik het zeg!
Niet naar bed willen (2 jaar)
Niet naar bed willen (10 jaar)
Zakgeld
Pesten
Ruzie
Straffen
Regels en afspraken
Druktemaker
Realistische verwachtingen van een peuter
Hoe help ik mijn kind in te slapen?
Praten en communiceren met je baby
Mijn kind heeft problemen om in te slapen

 

Mobiele telefoon

  • Denk als ouders logisch! Hoe oud is je kind, kan het al wat je vraagt en verwacht?
  • Maak duidelijke afspraken over aankoop en kosten; zet ze op papier voor je kind(en dus ook voor jezelf)
  • Maak de afspraken overzichtelijk dus in korte tijd-blokjes en geld-blokjes
  • GSM-en is een statusbegrip voor kinderen, zoals merkkleding en een video bekijken
  • Scheidt de twee belangen: veiligheid en for-fun

 

Internetten

  • Hoe jonger het kind hoe duidelijker de afspraken over het gebruik van internet, want dan kun je als ouder de komende jaren coachen in dat gebruik
  • Als tijd een probleem wordt, maak dan een agenda met elkaar. Laat ieder daarbij tot haar/zijn recht komen. Stel dit iedere maand bij
  • Bespreek wat je weet en zorg dat je weet wat er speelt!
  • Overleg naast de voordelen en plezier over de gevaren van informatie-uitwisseling en kwade bedoelingen van anderen
  • Volwassenen hebben de verantwoordelijkheid om voor het welzijn van hun kind te zorgen. Wat niet weet wat niet deert, gaat hier niet op!.

 

Televisie kijken

  • Samen tv kijken is wel heel gezellig en het geeft stof voor gesprek!
  • Schrijf allebei op wat je redelijk vindt als hoeveelheid tv-kijktijd per dag
  • Laat je kind opschrijven hoeveel tijd het denkt dat het naar de tv kijkt op een dag. Maak daarna afspraken over tijd en onderwerpen
  • Zijn er andere zaken die voorgaan? Laat het kind zichzelf belonen door de zelfde tijd, die daaraan besteed is, te mogen tv-kijken. (huiswerk, opruimen, helpen etc.)
  • Tv uit als straf kan, maar moet wel in verhouding zijn met het vergrijp. Dus op de dag zelf, maar niet meerdere dagen of nog langer!

 

Sporten

  • Bewegen moet en kan leuk zijn. Sporten is voor kinderen noodzakelijk. Sport als straf heeft weinig succes, geen sport als straf helemaal niet
  • Kies een sport naar de interesse en vaardigheid van het kind; laat de portemonnee daarbij ook meebepalen! Genoeg goedkoop of gratis
  • Een sportvereniging is vanaf vijf jaar pas een beetje leuk
  • Wisselen van sport is tot ongeveer 10 jaar begrijpelijk: zoek en je zult vinden, maar overdrijf niet
  • Sportief betekent: je houden aan de regels, tegen je verlies kunnen en rekening houden met anderen. Kinderen, maar ook ouders!

 

Betalen, wie?

  • Natuurlijk betaal je alles voor je kind… maar hoelang en wat?
  • Leer een kind met geld omgaan, niet alleen door het hem te geven
  • Vertel wat je wilt geven, maar ook in grote lijnen wat alles (?) je kost. Maak een lijstje van keuzes en van wat ieder verwacht
  • Hou je aan afspraken over geld. Wees daarin voorspelbaar en schrijf het op!
  • Als een kind kan tellen, kan het pas snappen hoe je met geld omgaat. Als een kind kan verdienen, weet het pas wat eigen geld betekent.

 

Zindelijk worden

  • Overdag voor het derde jaar; ‘s nachts voor het vijfde jaar is redelijk normaal
  • Mag een kind in andere onderwerpen dan zindelijkheid klein zijn? Bijvoorbeeld in optillen en als baby dragen, of kinderachtig praten. Soms helpt dat
  • Het is wel lekker als je rommel steeds voor je wordt opgeruimd en je lekker wordt verzorgd…
  • Er zijn vast ook andere dingen te bedenken die de exclusieve aandacht voor dat kind tonen: voorlezen, samen tv kijken, even knuffelen enz. Niet als beloning, maar gewoon om dat kind! Zorg er voor dat zindelijk worden niet alles beheerst.
  • Het is beter om een lichamelijke oorzaak eerst uit te laten sluiten, dan na (te) lange tijd te merken dat je kind er écht niets aan kan doen.

 

Naar het ziekenhuis

  • Wees eerlijk en vertel zoveel mogelijk op de manier die bij de leeftijd van je kind past
  • Geef een lief cadeautje van tevoren en ook na nare ingrepen
  • Ga indien mogelijk van tevoren samen bij en in het ziekenhuis kijken
  • Laat jou en je kind voorlichten door de maatschappelijk werker van het ziekenhuis en zo mogelijk door de arts
  • Kijk voor meer informatie bij www.kindenziekenhuis.nl

 

Naar de dokter

  • Als het niet leuk is, jok daar dan niet over
  • Als het eng lijkt, maak daar dan geen overdreven drama van
  • Iedereen ervaart een medische ingreep anders; veel wordt bepaald door angst van anderen
  • Als de dokter je pijn doet, mag je best zeggen dat hij stout is. Soms leidt dat een kind af om dat van tevoren al te bedenken
  • Maak er veel en vaak een toneelstukje van; kinderen hebben daar grote behoefte aan

 

Examen doen

  • Oefenen in spannende dingen doen, helpt tegen examenvrees
  • Vlak van tevoren ontspannende dingen doen helpt ook
  • Op tijd beginnen met oefenen, wil zeggen dat kinderen zelf leren bedenken wat er gaat gebeuren en de tijd kunnen nemen om daarover na te denken
  • Zelf oplossingen bedenken maakt een kind sterker. Als je ze met elkaar kunt delen en erover kunt praten, dan voelt een kind zich beter begrepen
  • Hulp vragen bij een therapeut kan altijd, want tegen angst is wel iets te doen

 

Grenzen stellen

  • Doe niet alsof. Een grens is een grens
  • Bedenk: wil ik dit wel of wil ik dit niet? En kies daar dan ook voor
  • Stop het gedrag; dat wil niet zeggen dat een kind daar van streek van moet zijn
  • Als je iets tien keer moet zeggen, voordat er iets gebeurt, ging het dus bij de tweede keer al mis…
  • Neem je kind niet kwalijk dat jij als volwassene niet duidelijk de grens stelt. Het is niet gemakkelijk!

 

Puberruzie

  • Soms zo onredelijk, soms zo redelijk. Irritant!
  • Behandel kleutergedrag als een kleuter en pubergedrag als een puber. Soms zie je dit bij één onderwerp allebei: handel daarnaar
  • Begin je zin met ‘Ik…’ Daarmee haal je een deel van het verwijt eruit
  • Ieder kind heeft ook goeie kanten; het is de kunst om ze iedere keer weer een nieuwe kans te geven
  • Praat tegen je kind alsof het een kind-van-de-buren is. Een puber heeft grote behoefte aan erkenning en respect. Echt waar!

 

Echtscheiding

  • Kinderen vinden een scheiding net zo erg als hun ouders dat zelf vinden
  • Ieder kind is loyaal naar allebei zijn ouders
  • De vader en de moeder van een kind blijven hun hele leven de vader en de moeder van hun kind
  • Verdriet en boosheid zie je bij je kind; zij zien het dus ook bij hun ouders
  • Lieg niet, maar vertel ook niet teveel details.

 

Roken

  • Omdat roken de gezondheid schaadt, moeten kinderen niet gaan roken
  • Wil je dat je kind niet rookt, geef dan het goede voorbeeld
  • Rook je zelf, bespreek dan toch met je kind de nadelen
  • Vertel je kind dat je bezorgd bent als het wel rookt en accepteer dus, dat je kind ook bezorgd is over jouw roken
  • Voorkom stiekem gedrag door open te blijven praten over voor(?)-en nadelen.

 

Alcohol

  • Maak voor jezelf uit wat je ervan vind als je kind alcohol gaat drinken
  • Overleg met je kind en vertel je bezorgdheid
  • Geef het juiste voorbeeld
  • Overleg eens met de ouders van een vriendje of vriendinnetje
  • Overleg, maar onderhandel niet.

 

Eten, wel of niet

  • Eet je kind teveel, wordt het te dik? Vraag dan voedingsadvies
  • Wanneer een kind weigert te eten heeft dat meer te maken met gedrag dan met de voeding
  • Wil je dat je kind gaat eten, probeer dan niet met alleen maar lekkere hapjes en trucjes
  • Een kind kan meer dan een week zonder eten, maar geen dag zonder drinken
  • Er zijn veel tips om een kind weer aan het eten te krijgen, vraag er om!

 

Huiswerk

  • Huiswerk is voor de meeste kinderen een onprettige bezigheid
  • Help je kind om ook onprettige dingen uit te voeren en daar een tevreden gevoel van te krijgen
  • Overleg met je kind over huiswerk maken en hoeveel tijd hij voor ieder onderwerp denkt nodig te hebben
  • Zoveel tijd als je maximaal aan je huiswerk hebt gewerkt, mag je ook tv kijken of computeren of buitenspelen
  • Niet langer dan een uur achter elkaar aan je huiswerk en dan minstens 5 minuten iets anders doen

 

Gepest worden

  • Neem je kind altijd serieus als het over pesten vertelt
  • Kinderen vertellen in ongeveer 70% van de gevallen niets aan hun leerkracht
  • In meer dan 60% niets aan hun ouders; dat durven ze niet
  • Eén op de tien kinderen wordt regelmatig tot heel veel gepest; dus oordeel niet te snel
  • Vraag hulp, zoek informatie, doe iets. Het komt in alle milieus voor

 

Omdat ik het zeg

  • Het lijkt autoritair, maar het geeft duidelijkheid
  • Autoritair is niet hetzelfde als boos
  • Soms is uitleg niet nodig, gewoon doen! Maar laat je vraag wel redelijk zijn!
  • Als ouder ben je het ‘grootste goed’ van je kind
  • Een kind is eigenlijk altijd uit op de glimlach van de ouder.

 

Niet naar bed willen (2 jaar)

  • Op deze leeftijd willen kinderen niet van hun omgeving gescheiden worden.
  • Maak het je kind iets gemakkelijker door vaste rituelen te gebruiken: liedje, verhaaltje, slokje water.
  • Blijf in het zicht van je kind, maar maak geen contact meer.
  • Investeer een paar avonden in duidelijkheid en voorspelbaarheid in plaats van weken of maanden in ergernis.
  • Als het vertrouwen terug is en het kind in slaap valt als je ernaast zit, gaat het een volgende avond veel gemakkelijker.

 

Niet naar bed willen (10 jaar)

  • Bedtijd is vaak het probleem van de ouder(s); zorg dat het een probleem voor het kind wordt.
  • Bepaal samen wat een redelijke bedtijd is.
  • Wordt een kind ’s ochtends gemakkelijk wakker?
  • Laat het kind zelf zorgen op de tijd, die je samen afspreekt, in bed te liggen.
  • Niet gelukt? Dan morgen een half uur eerder.

 

Zakgeld

  • Zakgeld is goed voor ieder kind, om te leren en te oefenen met de materiële waarde van de dingen.
  • Geef zakgeld pas als een kind kan tellen.
  • Vraag eens wat het kind zelf denkt dat een redelijk bedrag is en bedenk zelf wat je wilt en kunt uitgeven.
  • De hoogte van het zakgeld wordt samen bepaald, in overleg. Het kind weet wat het ervan moet doen, de ouder is het daar mee eens.
  • Zakgeld betekent: op een vaste tijd een van te voren vastgesteld bedrag.

 

Pesten

  • Neem altijd serieus wat je over pesten hoort.
  • Geef aandacht aan dit onderwerp ook al denk je dat jouw kind er niet mee te maken heeft.
  • Praat met je kind over mogelijke oplossingen.
  • Doe niets achter de rug van je kind om.
  • Vraag aandacht voor dit onderwerp bij andere volwassenen die met kinderen te maken hebben.

 

Ruzie

  • Mogen je kinderen ruzie maken, of roep je direct dat ze daarmee op moeten houden?
  • Ruzie maken is een teken van “veilig voelen”: je kunt leren hoe je het daarna weer goed kan maken.
  • Ruzie maken is oefenen voor later in de maatschappij.
  • Coach je kinderen bij ruzie en voorkom dat je scheidsrechter bent.
  • Vraag je als ouder af, waar voor jou de grens ligt.

 

Straffen

  • Straf moet passen bij het vergrijp waar de straf voor is en passen bij de leeftijd van het kind. Begrijpt hij het?
  • Voor jonge kinderen is het al heel wat als je over stout gedrag teleurgesteld/boos bent.
  • Een kind hoeft niet te gaan huilen omdat het straf krijgt; zwaardere straf is daarom niet nodig.
  • Geef direct na het vergrijp straf als je dat nodig vindt; wacht daar niet mee.
  • Wees voorspelbaar over straf als gevolg van verkeerd gedrag. Straf niet als verrassing

Regels en afspraken

  • Als je tien keer moet verbieden, let dan eens op wat er gebeurt bij de tweede keer.
  • Je gezicht, je stem en je ogen vertellen werkelijk wat je bedoelt.
  • Over regels en afspraken kan worden overlegd; er kan niet over worden onderhandeld.
  • Houd jezelf ook aan de regels en afspraken. Ze zijn er om soms een keertje overtreden te worden.
  • Verschil in afspraken tussen twee ouders is heel natuurlijk en leerzaam voor ieder kind.

 

Druktemaker

  • Een druk kind kan lastig zijn voor zijn omgeving, maar dat hoeft helemaal niet altijd zo te zijn!
  • Afwisselend rustig en druk spel zorgt voor een betere balans.
  • Als een kind lang rustig of stil moest zijn, wil het daarna rennen, springen en (even) gek doen.
  • Wanneer je zelf onrustig bent, werkt dat versterkend bij je kind. Kom eerst zelf tot rust.
  • Geef één onderwerp per opdracht en maak het zo klein als je kind kan bevatten.

 

Bang!

  • Angst is van levensbelang; als je niet bang bent breng je jezelf niet in veiligheid.
  • Een peuter is bang om fantasieën; een kind van negen jaar ook. En jij?
  • Help een angstig kind door dicht bij de angst te komen. Laat het vertellen hoe eng het is.
  • Leer je kind oplossingen te bedenken voor in die enge situatie; wat zou hij doen?
  • Neem angst serieus, want er valt niet mee te spotten.

 

Hoe leert mijn kind in te slapen?

  • Respecteer zoveel mogelijk het slaap- en voedingspatroon van je kind.
  • Leg je kindje wakker in bed op zijn rug en laat het alleen inslapen.
  • Zorg na een drukke dag voor een kalme overgang naar de nacht. Zorg voor rust en regelmaat.
  • Wanneer je kind een knuffel nodig heeft om in slaap te raken, neem de knuffel dan weg zodra je kind ingeslapen is, maar zorg er voor dat je kind hem vanuit zijn bedje kan zien als het wakker wordt.

 

Realistische verwachtingen van een peuter

Elke peuter is anders: karakter, ontwikkelingstempo,… Toch zijn er zeker enkele vaste aandachtspunten om met je peuter om te gaan.

  • Als ouder moet je beseffen dat wanneer je peuter bijvoorbeeld tien minuten lang geconcentreerd met iets bezig is, dit voor hem een hele prestatie is.
  • Wanneer je je peuter iets vraagt, is het normaal dat hij dit na enkele minuten al vergeten is. Een peuter vergeet effectief grenzen, 100 keer herhalen is echt nodig. Het is zeker niet altijd met opzet dat hij iets snel vergeet.
  • Als je aan je peuter zegt dat iets niet mag, zorg er dan voor dat hij dit zeker hoort. Spreek je kind aan wanneer je er vlakbij bent en niet op drie meter afstand. Dan hoort je kind je niet. Spreek het aan op ooghoogte.
  • Belangrijk is ook op welke toon je iets zegt. Zorg voor een afstemming tussen je verbale boodschap (“nee, mag niet”) en je non-verbale houding (zonder daarbij te glimlachen). Dit komt veel geloofwaardiger over.

 

Praten en communiceren met je baby

Vanaf de geboorte is direct contact met je baby enorm belangrijk. Je baby heeft heel veel liefde nodig. Vooral huidcontact met je kind geeft het een veilig gevoel. Je baby houdt er ook van dat je met hem praat. De tederheid die je in je stem legt, zorgt ervoor dat je baby hier met zijn hele lichaam op reageert. Wanneer je stiltes inlast, geef je je baby de tijd om te reageren. Je stimuleert hem ook door zijn geluidjes te herhalen.

Door middel van de taal kom je in contact met je baby. Je neemt hem bijvoorbeeld op schoot en zingt wiegeliedjes. De dingen om je heen wijs je aan en benoem je. Je speelt ook allerlei spelletjes (kiekeboespelletjes, vingerspelletjes, …). Op die manier vestig je zijn aandacht op geluiden die jij en je baby maken. Je “stimuleert” je baby om naar taal te gaan luisteren. Het eerste levensjaar wordt dan ook vaak beschouwd als een gevoelige periode voor het leren luisteren.

Uit deze “gesprekjes” zal een heel bevredigend contact groeien, wat de taalontwikkeling van je kind zal bevorderen. Op heel jonge leeftijd staat je kind open voor alle prikkels van buitenaf. Dit geldt ook voor taal. Laat je gevoel spreken en probeer niet uit alle macht “juiste” zinnetjes te construeren. Een gevoelige intonatie, leuke zinnetjes en spelletjes met de taal zijn in de eerste levensweken en -maanden veel belangrijker dan een taalles.

Hoge tonen zetten je baby tot actie aan. Lage tonen brengen hem tot rust en troosten hem.

 

Mijn kind heeft problemen om in te slapen

Heel wat kinderen kunnen goed uit zichzelf in slaap raken. Maar er zijn er ook heel wat die daar de hulp van mama of papa voor nodig hebben. Als een kind van jongs af wordt geleerd om zelf in te slapen, zal dit zijn voordelen hebben ’s avonds én ’s nachts.

  • Het gehuil van je kind onder de 12 maanden negeren kan een mogelijke aanpak zijn voor inslaapproblemen. Er bestaat immers veel kans dat het huilen na korte tijd vanzelf weer ophoudt en dat je baby weer in slaap valt. Als je baby huilt en blijft huilen, is het beter om steeds langer te wachten voordat je op het gehuil of ander rumoerig waakgedrag van je baby reageert. Als je dan uiteindelijk naar je baby toe gaat, mag dit alleen maar voor een korte geruststelling zijn. Als je immers te lang met je baby bezig bent, is het gevaar groot dat je baby te veel aandacht krijgt op het verkeerde moment, namelijk als hij hoort te slapen. Daardoor bestaat de kans dat het huilen na verloop van tijd een gewoonte wordt en deel gaat uitmaken van het slapengaan. Dan zal je baby nog veel vaker gaan huilen bij het inslapen. Het is echter heel belangrijk er zeker van te zijn dat je baby lichamelijk gezond is, voordat je deze aanpak toepast
  • Je kunt je kind ook overdag leren dat jij als ouder niet altijd direct beschikbaar bent. Je kunt het overdag af en toe alleen laten spelen en het meteen duidelijke grenzen aanreiken.
  • Een duidelijke dagindeling helpt je kind om te weten wat het mag verwachten.
  • Je kunt op voorhand al aankondigen dat het bijna bedtijd is, zodat je peuter zijn spel kan afronden.
  • Een slaapritueel kan helpen om de overgang van de dag naar de nacht te maken.
  • Je kunt je kind helpen door het op een rustige, maar duidelijke manier klaar te maken voor de nacht en het in zijn bedje te stoppen. “Wil je nu gaan slapen?”, “Zullen we je pyjama aandoen?” zijn geen geschikte vragen, want je peuter zal ze maar al te graag met “nee” beantwoorden.
  • Een knuffel kan de afwezigheid van de ouders draaglijker maken.
  • Een nachtlampje, verduisteringsgordijnen, de deur op een kier… kunnen het alleen zijn in een donkere kamer minder onaangenaam maken.